Bouwstuk ‘Ken U Zelve’ en Socrates

 

 

Achtbare Meester, Waarde Broeders,

Vooraf een paar woorden ter inleiding.

Het onderwerp voor vanavond is: “Ken U Zelve”. Het is een spreuk, die boven elke maçonnieke tempelpoort is aangebracht. “Ken U Zelve” maakt tezamen negen tekens op een muur. Meer is het niet. En dat is alles wat er staat.  Eigenlijk staat er dus niets. Want wat er staat, is wat u er in uw hoofd van maakt. Een ieder kijkt er op zijn manier naar; vanuit zijn eigen achtergrond en beginselen. Tijdens de voorbereidingen voor dit bouwstuk heb ik vanuit twee verschillende invalshoeken naar “Ken U Zelve” gekeken en daarna mijn gezichtspunten uitgewerkt in het bouwstuk van vanavond.

De titel van het bouwstuk is: “Ken U Zelve en Socrates” en daarmee stel ik meteen beide invalshoeken aan de orde: de Maçonnieke en de Socratische. Over die twee wil ik het vanavond met u hebben .

Ik vind de Socratische invalshoek naast de ons bekende Maçonnieke invalshoek erg belangrijk omdat, als je, tijdens een zoektocht van een jaar zoals ik heb gedaan, een bepaald gedachtegoed als “Ken U Zelve” op twee verschillende plaatsen van wijsbegeerte en bezinning tegenkomt, dat je er dan wel zeker van kan zijn dat het op meerdere plaatsen aanwezig is. Ik denk dan ook dat “Ken u Zelve” van hoge universele waarde is in alle processen, die wij gericht aanwenden om aan onszelf en aan een betere samenleving te werken.

 De Bronnen

Bronnen waaruit ik voor dit bouwstuk heb geput zijn onze ritualen, een aantal boeken, colleges, publicaties en ander materiaal. Soms geïnterpreteerd, soms geciteerd. Ik noem u o.a.:

  • De Open Loge / Het Rituaal voor de Leerling Vrijmetselaar
  • Het Lexicon voor de Vrijmetselaar [wetenschappelijk woordenboek uitgegeven door R&T]
  • De Hoorcolleges “Op zoek naar Socrates” van Prof. Ineke Sluiter, Universiteit van Leiden, hier in de bibliotheek
  • Plato, Socrates’ leven en dood, vertaling van Gerard Koolschijn
  • Bertrand Russell “De geschiedenis van de Westerse filosofie”
  • Wetenschappelijke publicaties [KU Leuven, Cambridge university]

 En dan nog een laatste inleidende opmerking:

Ik ben er van uitgegaan dat wij hier verzameld, meer kennis bezitten van de Vrijmetselarij dan van Socrates. Daarom zal ik wat vaker stilstaan bij Socrates en “Ken U Zelf” dan bij het Maçonnieke ‘Ken U Zelve’. De bedoeling is echter wel dat er sprake is van balans en harmonie in dit bouwstuk. Het oordeel daarover is straks aan u.

Kom ik dan nu tot de Indeling van het bouwstuk

Het bestaat uit de volgende elementen

Blz           3-4 A. Wie was Socrates?
Blz              5 B. Wat streefde Socrates na?
Blz         6-11 C. ‘Ken U zelve (zelf)’, Maçonniek en SocratischDe Koninklijke kunst en de Socratische methode
Blz       12-14 D. Wat bindt de Vrijmetselarij en de Socratische       Filosofie?Overeenkomsten en verschillen
Blz            15 E. Slotopmerking over Socrates

A. Wie was Socrates?

In de literatuur komen we ondermeer het volgende tegen: Socrates is voor historici een moeilijk onderwerp, omdat hij nooit iets heeft opgeschreven. Hij heeft ons niets nagelaten. Hoe kennen we Socrates dan? We kennen Socrates uit geschriften van zijn leerlingen. De meest bekende leerling is de filosoof Plato. Plato heeft een aantal gesprekken, die Socrates voerde, in dialogen vastgelegd. Een bekend voorbeeld hiervan is de Apologie (de verdedigingsrede van Socrates toen hij werd aangeklaagd voor godslastering en het bederven van de jeugd). Dan is er Xenophon, een militair, die ook uitvoerig over hem heeft geschreven, maar beide vertellen echter zeer uiteenlopende dingen.

 Socrates leefde van 469-399 v Chr. in het klassieke Griekenland, in het toentertijd meestal democratische Athene. Zijn vader was (Sophroniscus) een beeldhouwer, en zijn moeder was de vroedvrouw Phainarete. Socrates ging in zijn jeugd bij zijn vader in de leer. Later studeerde hij wiskunde, astronomie en de leer van vroegere filosofen. Op dertigjarige leeftijd werd hij als wijste man aangewezen door het Orakel van Delphi en dat heeft in wezen zijn filosofische levenswandel bepaald. Toen de Peloponnesische oorlog (431 – 404 v. Chr., een strijd tussen de oude stadstaten Sparta en Athene, die in verschillende fasen van strijd en wapenstilstand verliep) uitbrak werd Socrates opgeroepen als hopliet (d.i. een zwaarbewapende soldaat te voet). Hij nam deel aan veldslagen en onderscheidde zich door grote dapperheid en onvermoeibaarheid. Na de oorlog (tijdens het korte oligarchische bestuur) gaf Socrates een tijd lang les in de welsprekendheid aan een aantal jonge mannen. En …hij onderwees zijn gesprekspartners onder andere in het ‘Gnoothi seauton’. Het Griekse ‘Gnoothi seauton’ betekent “ken jezelf”. Aldus doende, bedreef Socrates filosofie in samenspraak met de gesprekspartners, die zich om hem heen verzamelden.

Op 50-jarige leeftijd trouwde Socrates met Xantippe. Haar leven moet moeilijk geweest zijn, met een man die de hele dag over straat zwerft, die zo goed als geen stuiver naar huis brengt en altijd discussieert met Griekse jongens en mannen. Hij verwaarloosde zijn kleding en zijn uiterlijk, omdat hij van mening was dat alleen de innerlijke wereld van de mens er toe doet.

In het jaar 399 voor Christus werd Socrates aangeklaagd omdat hij niet geloofde in de goden van de staat en jonge mannen bedierf. Zo zou hij de zoon van zijn aanklager, die een leerling van Socrates was geweest, hebben overtuigd dat de filosofie beter was dan werken in het familiebedrijf. Hij werd ter dood veroordeeld en de dag dat Socrates moest sterven, voerde hij nog een lang gesprek over onsterfelijkheid met zijn vrienden. Nadat hij afscheid had genomen van zijn vrouw en familie, dronk hij in het bijzijn van zijn vrienden de gifbeker leeg. Hij stierf een tijdje later. Tot zover zijn biografie.

B. Wat streefde Socrates na?

 Zijn doel was het opwekken van wijsbegeerte. Wat hem dreef was er voor te zorgen dat men zichzelf als mens zo goed mogelijk ontwikkelde. De inwoners van Athene intellectueel en moreel beter  maken. Dat zag hij als zijn bijdrage aan een betere samenleving. Dat was wat hem dreef.

En om dat te kunnen plaatsen in het juiste perspectief, neem ik u even mee naar de sfeer van de tijd waarin Socrates leefde.

Het is waarschijnlijk dat zijn motivatie voor het opwekken van wijsbegeerte mede een reactie was op wat er rond 450 v Chr. in het democratische Athene was gebeurd, namelijk de opkomst van de zogenaamde ‘sofisten’. De benaming Sofisten laat zich hier het best vertalen door ‘wetenschappers of geleerden’. Deze ‘beroepsdenkers’ maakten hun encyclopedische vakkennis op het gebied van wiskunde, filosofie,literatuur en vooral ook welsprekendheid, staatskunde en recht, tegen (hoge) betaling dienstbaar aan de hogere opleiding van meestal aristocratische jongens. Met name de kunst van het spreken in het openbaar was in hoog aanzien. Deze sofisten waren zeker geen Vrijmetselaren. Zij zochten niet naar waarheid, want die kenden al. Zij hadden de wijsheid als het ware in pacht. De gespreksvaardigheden, die de Sofisten onderwezen, waren gericht op het winnen van het debat. De kunst van het debatteren. Gericht op het onderuit halen van stellingen. De kunst om door middel van twistgesprekken een debat te winnen. Hoe schril is hier het contrast met de Vrijmetselarij. Vrijmetselaren beoefenen de Koninklijke Kunst. Volgens het Lexicon voor de Vrijmetselaar associeert de Koninklijke kunst met het beoefenen van wijsbegeerte en kan deze kunst worden aangeleerd in de loge als werkplaats en kan ze worden beschouwd als de beoefening van ‘waarheid en deugd’. En dat sluit weer mooi aan bij Socrates, die boven alles geïnteresseerd was in de deugdenethiek. Ik kom hier zo meteen op terug.  Na deze nadere kennismaking met Socrates kom ik dan nu aan bij het volgende element in dit bouwstuk en dat is: “Ken U Zelve”.

C. “Ken U zelve (Zelf)”, Maçonniek en Socratisch, met als ondertitel

“De Koninklijke kunst en de Socratische methode”

 Beginnen we met het Maçonnieke “Ken U Zelve”.

In de loge is boven de ingang van de tempel de wijze boodschap “Ken U Zelve” aangebracht. Het is a.h.w. de eerste wegwijzer voor de Leerling-Vrijmetselaar naar de weg ter verkrijging van zelfkennis, het begin van alle wijsheid. Zo staat het in het Lexicon voor de Vrijmetselaar.

In de catechismus voor de Leerling Vrijmetselaar wordt gevraagd wat de eerste plicht van de Leerling Vrijmetselaar is en het antwoord daarop is: “Mijzelven te leren kennen”.

Zelfkennis, maar wat is zelfkennis? Volgens Van Dale is Zelfkennis kennis van eigen bewustzijn en eigen gevoel. Maar hoe ontwikkelt iemand zelfkennis en welke methode gebruikt hij daarbij? We zouden misschien kunnen zeggen dat zelfkennis zich in het binnenste van de mens ontwikkelt door een retrospectief proces. Een activiteit waarbij de eigen gedachten, gevoelens en heinneringen tot onderwerp van overdenking gemaakt worden, gericht op het ‘zelf’ in de mens. Door in de werkplaats te werken met symbolen en ritualen wordt de Vrijmetselaar zich meer bewust van zichzelf en onderkent hij zijn onvolkomenheden ….. en zijn mogelijkheden tot verdere ontwikkeling, steeds beter.

Hij is daar de bewerker van zijn ruwe steen. En als hij dit doet, is de Leerling Vrijmetselaar op de weg ter verkrijging van zelfkennis.

In de Leerling-Catechismus wordt de vraag gesteld: “Tot welk doel moet de Ruwe Steen worden tot een zuivere Kubiek?”. Het antwoord daarop is:”Opdat die Steen zal kunnen dienen bij de Tempel, die wij bouwen”. Welke betekenis is daar aan toe te kennen? Voor mij betekent het dat de Leerling-Vrijmetselaar (en Leerling blijven we allemaal)……dat hij moet blijven werken aan zijn zelfkennis. Het is nooit klaar. “Ken U Zelve” zou ik dan ook willen definiëren als het fundament voor de immer doorgaande ontwikkeling van “wijsheid-in-onszelf”. Wijsheid in onszelf om een beter mens te worden. Wijsheid in ons zelf, waarmee wij ons zullen doen kennen in het Westen. Werkend in de richting van een ideale toestand; en aldus bouwend aan een betere wereld. Zoals gezegd, Wijsheid begint bij de eerste wegwijzer met daarop “Ken U Zelve”, wijzend naar de weg ter verkrijging zelfkennis.

Tot zo ver een Maçonnieke gezichtspunt, maar hoe zit dat bij Socrates?

“Ken u zelf”, in het Grieks “Gnooti Seauton”, is een Oud Griekse, korte en bondige uitspraak. Deze spreuk stond boven de ingang van de tempel van Apollo in Delphi en hij wordt toegeschreven aan ten minste zes oude Griekse wijsgeren waaronder Pythagoras en Socrates.

Volgens Socrates is zelfkennis een eerste vereiste voor zelfbewustzijn en zelfbesef. Ben ik mij bewust van mijzelf en besef ik de betekenis daarvan? De boodschap “Gnooti Seauton” of “Ken u zelf” op de tempel van Apollo is voor de filosoof de basisgedachte voor het ontwikkelen van kennis over de werkelijkheid. Hoe iemand iets kent, wordt bepaald door de mate waarin hij zichzelf kent. Ben ik mij bewust van mijn vooroordelen? Zijn mijn waarheden echt of schijn en hoe kom ik daar achter?

Laten we eens kijken naar hoe Socrates zijn gesprekspartners in het “Gnooti Seauton” onderwees en welke methode hij daarbij gebruikte.

Socrates filosofeerde in Athene met Griekse jongens en mannen. Hij voerde gesprekken met ze. Tegen de dertig van deze gesprekken , zijn door Plato opgeschreven en zijn bekend als de zg. Socratische gesprekken. Deze gesprekken, die altijd over deugden gaan, zijn genoemd naar de partner met wie hij de gesprekken voerde. Ik zal een van deze gesprekken aanhalen ter illustratie. Een gesprek dat goed past binnen het kader van dit bouwstuk is De Charmides. Charmides is een schone jongeling, die in zijn jonge jaren een volger van Socrates is. Later ontpopt hij zich als anti-democraat en als lid van de 30 Tirannen, die een greep naar de macht doen. Het gesprek met de jonge Charmides gaat over het belang van zelfkennis. Socrates prijst hier de deugden matigheid en terughoudendheid aan. Wat is bezonnenheid?

De grote thema’s van Socrates zijn dus deugden. Deugden als liefde, goedheid, rechtvaardigheid, vriendschap, waarheid, en onsterfelijkheid.

Het resultaat van de Socratische gesprekken was tweeledig. Wat Socrates deed was:

(1) In de eerste plaats Griekse jongens en mannen begeleiden op hun zoektocht naar wijsheid, naar de essentie van de zo juist genoemde levensvragen en

(2) ten tweede ze op die manier aanmoedigen om voort te gaan op de weg naar zelfkennis. Naar de ultieme kennis in het diepste zelf.

 Zoals wij hier bijeen zijn, zijn we vertrouwd met de maçonnieke werkwijze, het beoefenen van de Koninklijke kunst. Maar wat was nu de methode die Socrates gebruikte? Om dat voor u wat inzichtelijk te krijgen, weet ik niet beter dan een paar uitstapjes te maken naar de specifieke kenmerken van de Socratisch leermethode. Daarna kunnen we dan – met die kennis in het achterhoofd – stilstaan bij wat het is dat het Maçonnieke “Ken U Zelve” en het Socratische “Gnooti Seauton” bindt.  En ook wat beide scheidt.

Socrates schrijft geen artikelen, citeert niet uit literatuur en verwijst ook niet naar bronnen van kennis. Hij gelooft niet in kennisoverdracht via voordrachten en uiteenzettingen. Nee, hij gaat op onderzoek uit in gesprekken met mensen.

Echte kennis kan voor Socrates pas worden opgedaan in een wederzijds gesprek. In zo’n gesprek onderzoeken de gesprekpartners onder zijn leiding en op basis van de eigen ervaringen hun overtuigingen en hun oordelen. Ogenschijnlijk is Socrates op zoek naar een antwoord op de vragen van zijn leerlingen. In werkelijkheid voert hij ze naar andere vragen. De zogenaamde “Wat is X” vragen. Vragen die beter zijn als het de bedoeling is om wijsheid te zoeken. Socrates wilde laten zien welk soort vragen – in de functie van wegwijzer – iemand in de richting van wijsheid kan voeren. In dat proces leerden de individuele gesprekspartners hun aannames, die op basis van vermeende kennis of gewoonten waren ontstaan, te herzien. Verder zoeken met ruimte voor twijfel en onwetendheid. Bevrijd van schijnwijsheid verder filosoferen.

Maar wat zijn nu de specifieke kenmerken van zo’n wederzijds onderzoeksgesprek? Ik zal ze kort adresseren, zodat u zich een beetje een beeld kunt vormen van de Socratische leermethode en hoe bijzonder die eigenlijk is. Een aantal van deze kenmerken zijn terloops reeds in meer of mindere mate aan de orde geweest, een aantal nog niet.

  • In eerste plaats gaat het gesprek altijd over deugden. Deugden als liefde, goedheid, rechtvaardigheid, vriendschap en waarheid, zoals ik ze eerder heb aangegeven. En hij doet dat door elke vraag die zijn gesprekspartners inbrengen, terug te brengen tot een z.g. “Wat is X?” vraag. Laat ik met een voorbeeld proberen dat toe te lichten. Als Socrates gevraagd wordt: “Hoe jongens mannelijkheid en moed bij te brengen?” stelt hij een tegenvraag;  een zogenaamde ‘voorvraag’. Een voorvraag als: “Zijn mannelijkheid en moed überhaupt wel bij te brengen?” en vervolgens stelt hij dan de “Wat is X?”vraag: “Wat is mannelijkheid en moed precies?”. Ergo, de vraag “Hoe kunnen wij iemand een bepaalde deugd bijbrengen?” wordt teruggebracht tot een betere vraag, die tot diepere wijsheid en zelfkennis betreffende die deugd zal voeren. Verder wil Socrates weten wat de essentie van deugden is en die essentie moet dan worden uitgedrukt in een definitie.
  • Uitdrukken in een definitie, dat is het tweede kenmerk.Tijdens de gesprekken komen de partners veelal in hun antwoorden met voorbeelden of ervaringen of verwijzingen naar bronnen zoals dichters en goden. Dat is niet zo gek als u zich realiseert dat in die tijd dichters gezien werden als leermeesters van het volk, als bronnen van wijsheid. En dat laatste accepteert Socrates niet. Socrates wil een definitie horen, geen voorbeelden of iets wat daar op lijkt. Nee. Een definitie die in alle gevallen opgaat. Een voorbeeld ter illustratie uit het gesprek de Laches, dat gaat over de deugd “Moed”, is of moed in de situatie van op-je-post-blijven om de vijand af te weren, dezelfde moed is als in de situatie van je-post-verlaten en je tactisch terug te trekken. En hoe zit dat bij het moedig dragen van een ziekte. Wat is moed precies? Wat is X? En dan in een definitie.
  • Als derde kenmerk gebruikt Socrates in zijn gesprekken de z.g. Maieutische methode, waarbij hij als een vroedvrouw mannen helpt bevallen van kennis. Maieutisch is Grieks voor verloskundig. De kunst van het helpen bevallen. Niet het bevallen van nieuw fysiek leven, wat aan vrouwen is voorbehouden. Neen, het gaat hier niet om baby’s, maar om ideeën. Het gaat om het bevallen van de geest van mannen. En Socrates is hierbij de assistent, die de jonge man in barensnood helpt met aanmoedigingen om door te gaan met zijn gedachten en ook op momenten vraagt om tijd in te ruimen voor ontspanning om geestelijk weer even op adem te komen. De boorling, het idee, moet dus in dit proces reeds aanwezig zijn in de jonge man met wie hij in gesprek is en die hij kan helpen en waarbij Socrates na de bevalling kan kijken of het idee levensvatbaar is en geen leugen of drogbeeld, maar iets waarachtigs. Socrates gaat er in dit proces vanuit dat hij kennis wakker roept. Kennis, die reeds aanwezig is en die hier herinnerd wordt. Hij zegt dan ook dat hij alleen maar vragen heeft gesteld en dat de gesprekspartner de kennis uit zichzelf heeft voortgebracht. Het op deze wijze kennis voortbrengen wordt de theorie van Anamnese genoemd.
  • En hiermee zijn we bij het vierde kenmerk. De theorie van Anamnese. Een theorie die er in de filosofie van Plato van uit gaat dat leren een vorm van herinneren is. Socrates helpt met zijn werkwijze kennis in zijn gesprekspartners te activeren. Zelf, beweert Socrates volgens Plato, heeft hij geen enkele kennis. Maar Xenophon, de militair die ook over Socrates heeft geschreven,  schrijft daar overigens heel anders over.
  • Een vijfde kenmerk heet de Elenchus. Elenchus is het proces van testen of onderzoeken en daarna weerleggen van de door de gesprekspartners geopperde antwoorden. Onderzoeken of het idee iets waarachtigs is en bijvoorbeeld geen vooroordeel of een onwaarheid. In eerste instantie gaat het hier alleen over testen en onderzoeken, maar in de praktijk wordt dit al snel gevolgd door het voortdurend weerleggen van de gegeven antwoorden.
  • Dit voortdurend weerleggen van de door de gesprekspartners geopperde antwoorden leidt tot het zesde kenmerk de Aporie. Het effect van een Socratisch gesprek is veelal Aporie. Aporie wil zeggen dat de gesprekpartners uiteindelijk geen uitweg meer zien. Er ontstaat twijfel en onzekerheid en als het goed gaat komt er als gevolg een bereidheid tot verder filosoferen op. Verder filosoferen, bevrijdt van vooroordelen, schijnwijsheden en drogbeelden. Door verder te filosoferen zullen de gesprekspartners zich verder kunnen ontwikkelen tot meer zelfkennis en diepere wijsheid.

Maar …… Het gaat niet altijd zo. Aporie kan ook leiden tot boosheid, frustratie en agressie. Het gaat dus niet altijd goed. In het geval van Socrates heeft het mede geleid tot het indienen van de aanklacht, waarop hij later is veroordeeld. (Op basis van vermeend Atheïsme, het niet accepteren van de goden van Athene en het negatief beïnvloeden van de jeugd door zijn wijze van filosoferen)

Tot zover in vogelvlucht de kenmerken van de Socratische methode. Een methode die nogal afwijkend is van de Maçonnieke werkwijze. Maar hopelijk heeft deze korte schets u toch een beetje een idee van de Socratische methode gegeven en kunnen we dit deel, dat ging over “Ken U Zelve” in het Maçonnieke en Socratische perspectief,  nu afsluiten en kan ik overgaan naar het laatste onderdeel van mijn bouwstuk: Wat bindt de Vrijmetselarij en de Socratische filosofie?

D. Wat bindt de Vrijmetselarij en de Socratische filosofie?

 Welke overeenkomsten en verschillen, zie ik persoonlijk, tussen de Koninklijke Kunst en de wijze waarop Socrates filosofie bedreef en zijn er aansluitend nog andere aspecten, die in mijn ogen Socrates en de Vrijmetselarij binden en die het memoreren waard zijn?

Als eerste dan, kijkend naar “Ken U Zelve”. Wat Bindt en Wat Scheidt?

Wat bindt de Vrijmetselarij en de filosofie van Socrates in “Ken u Zelve”,

  • Eerstens, beide werkwijzen, zowel de Maçonnieke als de Socratische, stellen diepere zelfkennis als voorwaarde voor het ontwikkelen van wijsheid.
  • Ten tweede zijn ze allebei een individueel leerproces, waarin er bewust door de mens, die dat wil, aan zijn zelfkennis gewerkt kan worden.
  • En tenslotte zijn beide processen er op gericht om een beter mens te worden, en die aldus kan helpen bij de bouw van een betere samenleving; een samenleving waarvan hij zelf een onderdeel is.

Deze drie punten van binding (1) het belang van zelfkennis, (2) het bewust werken aan eigen zelfkennis en wijsheid en (3) de bouw van een beter samenleving zijn voor mij zeer illustratief voor “wat de Vrijmetselarij en de filosofie van Socrates bindt”.

Maar er zijn ook verschillen en welke zijn dan die verschillen?

In maçonnieke termen: Wat scheidt? Nou, daar zijn er zijn er nogal wat van. Al was het alleen maar een tijdsgewricht van meer dan 2000 jaar met alle consequenties van dien. Hoe dan ook, ik zal me in de context van deze avond tot twee verschillen beperken.

. Als eerste het verschil in de werkwijzen.

In de Maçonnieke  traditie wordt binnen de loge gewerkt met symbolen en ritualen en beoefent de Vrijmetselaar de Koninklijke Kunst. Zo ontwikkelt hij zijn zelfkennis en wijsheid en werkt hij aan zijn levenshouding.

De Socratische werkwijze richt zich op de basishouding van de leerlingen door te filosoferen en aannames, op basis van vermeende kennis, opinies en gewoonten, te herzien. Socrates brengt zijn leerlingen hiertoe met zijn methode de Elenchus. Weerlegging van de antwoorden, die op de door hem gestelde vragen worden gegeven. Hiermee laat hij zien welk soort vragen verder voeren in de richting van diepere zelfkennis en wijsheid.

  • En als tweede het verschil, dat ik ervaar, in de procesgang.

Binnen de Vrijmetselarij zie ik het werken aan je zelf als een individueel proces. Iedere broeder gaat zijn eigen zoektocht en bij het beoefenen van de Koninklijke kunst in de werkplaats, krijgt de ontwikkeling van het zelfbesef gestalte.

Bij Socrates is er altijd sprake van een groepsproces. Een groep van twee of meer personen, waar Socrates zelf deel van uit maakt.

Hij bedreef filosofie met zijn leerlingen in verschillende situaties, waaruit het gesprek als het ware op natuurlijke wijze voort rolt.

We zijn nu aangekomen bij het einde van dit hoofdstuk ‘Wat bindt en wat scheidt de Vrijmetselarij en de Socratische filosofie’. Toch wil ik nog kort twee andere aspecten, die binden en die al eerder aan de orde zijn geweest, ophalen. Ik doel op:

  • De deugdenethiek en
  • Innerlijke grootheid

Ten eerste dan De deugdenethiek

  • Socrates was bij uitstek geïnteresseerd in ethiek, en dan speciaal in wat we noemen de deugdenethiek. Hij wilde weten wat de essentie van deugden als moed, liefde, vroomheid, zelfbeheersing, vriendschap, en rechtvaardigheid is.
  • En ook binnen de Vrijmetselarij is deugd een thema dat veelvuldig naar voren komt in de ritualen. Denk b.v. aan de eerste twee van de trias Wijsheid, Kracht en Schoonheid. Uit oude logenamen als “La Vertu” komt de deugd naar voren als leidend motief. En zoals het Lexicon vermeldt, spelen in de hoge graden deugden veelvuldig een rol.

 

Een tweede aspect dat ik wil noemen is Innerlijke grootheid

  • Met betrekking tot innerlijke grootheid, Socrates was een man die de hele dag over straat zwerft en daarbij altijd discussieert met Griekse jongens en mannen. Hij verwaarloost zijn kleding en zijn uiterlijk, omdat hij van mening is dat alleen de innerlijke wereld van de mens er toe doet.
  • Kijken we binnen de Vrijmetselarij in de Catechismus voor de Leerling-vrijmetselaar, dan zien we daar de vraag: Waarom had gij uw metalen afgelegd?

En het antwoord is dan: Om te doen blijken, dat alleen innerlijke grootheid maatstaf is voor ’s mensen waarde.

U herkent in het voorgaande en in deze twee  aspecten, deugdenethiek en innerlijke grootheid, ongetwijfeld de vele raakvlakken, die er zijn tussen de Vrijmetselarij en de filosofie van Socrates. Het zijn voorbeelden van wat bindt. Maar we hebben ook verschillen gezien. B.v. in de werkwijzen. En die verschillen hebben hun eigen plaats en functie en het is goed dat ze er zijn. Zij zijn beginpunten voor het verrijken van ons denken. Verschillende invalshoeken en ideeën zijn essentieel voor morele en intellectuele ontwikkeling en vooruitgang.

Ik sluit af met een slotopmerking.

 E. Slotopmerking

 Hoe heb ik Socrates de filosoof vanavond aan u willen presenteren?

Mijn antwoord hierop, in het kader van “Ken U Zelve”, is:

  1. Ten eerste, als een partner van ons Vrijmetselaren in onze overtuiging dat zelfkennis de wegwijzer is naar de weg, die naar wijsheid zal leiden en
  2. Ten tweede, als een zeer eigenzinnige persoonlijkheid uit de Griekse oudheid, die is weggezet als een atheïst, maar die zich voelde als een uitverkorene om de mens in Athene moreel en intellectueel beter te maken (Het orakel van Delphi had hem immers aangewezen als de wijste man van Athene). Een filosoof die de traditionele goden, die de stad Athene zouden beschermen niet erkende, maar die zich liet leiden door zijn daimonion: een soort innerlijke stem. In de overtuiging dat hij geleid werd door een goddelijke stem in hemzelf en in de overtuiging dat helder denken de belangrijkste voorwaarde is om op de juiste manier te leven, is hij aan zijn eind gekomen. Getrouw aan zichzelf, zijn medemens tot steun en gericht op de meester. De meester in hemzelf, als u mij deze zienswijze op Socrates zou willen toestaan. Een ieder ziet Socrates vanuit zijn eigen achtergrond en beginselen. Een ieder ziet hem weer anders.

Achtbare Meester,  ik hoop aan uw opdracht te hebben voldaan.

Advertenties